Column

Column: het goddelijke schot

Er zijn van die momenten op het voetbalveld dat de mannen van de jongens worden gescheiden. Maar ook de vrouwen van de meisjes. Momenten waarop de tijd even stilstaat, de ademhaling van het publiek stokt en de spanning tastbaar is. Ik heb het natuurlijk over de vrije trap op twintig meter van de goal.

Op papier klinkt het zo simpel. De handleiding zegt: analyseer de situatie, visualiseer de hoek, bepaal je aanloop en hanteer de juiste traptechniek. In de praktijk is het echter vooral een strijd tegen de wetten van de fysica en het ego van je teamgenoten.

Zodra de scheidsrechter op zijn fluitje blaast, begint het schouwspel. Je hebt altijd die ene teamgenoot die hoger in de pikorde staat. Een speler die kijkt alsof hij of zij zojuist een visioen van de heilige Cristiano Ronaldo heeft ontvangen. Juist, die speler die in zijn jeugdjaren al eens drie keer heeft gescoord en nu de voetbalschoenen draagt die glimmen als een pas gepoetste sportwagen. En hoewel diezelfde speler/speelster de bal bij de warming-up nog onbehouwen over de zijlijn schoof, eist deze wel de vrije trap op met een blik die zegt: “Ik fix dit effe.” Dat is stap één: het zelfvertrouwen. In de kelderklasse is “zelfvertrouwen” vaak een synoniem voor “een totaal gebrek aan zelfkennis”. En dan begint het ritueel. Het is de dans van de aanloop. Er worden drie stappen achteruit gezet en twee opzij. Een klein hupje of een sprongetje gemaakt alsof er een cowboyduel in de vroege ochtend wordt uitgevochten. Er wordt even snel naar de muur gekeken, naar de kruising en dan weer naar de bal. Iedereen houdt zijn hart vast. Gaat de bal over de muur? Eromheen? Of wordt er toch voor de ‘Ronaldinho-variant’ gekozen en schiet de bal onder de muur door?

De realiteit is vaak minder exotisch. Terwijl de speler of speelster in gedachte de bal met een perfecte curve in de bovenhoek krult, vraagt de muur zich vooral af of ze hun edele delen wel goed beschermd hebben.

Dan volgt het moment van de waarheid. De aanloop is perfect, het standbeen staat stevig in de modder, de lichaamshouding is licht voorovergebogen… en dan volgt de trap. In een ideale wereld hoor je een droge pats en zie je de bal als een geleide projectiel richting het net zeilen. Maar even zo vaak is de wereld meestal een doffe bonk. Of de bal smoort in de muur, of het wordt met een keurige boog richting parkeerterrein gelanceerd of het komt met de snelheid van een bejaarde schildpad in de richting van de keeper. Het mooiste is de reactie ná de trap. Een echte vrije-trapspecialist heeft altijd een excuus klaar. Een zachte bal, een polletje of de muur stond te dichtbij. Logisch, want eerlijk gezegd: een vrije trap nemen is een kunst. Een combinatie van techniek, focus en de gave om met een strak gezicht te beweren dat die bal zo was bedoeld. Keihard in de kruising. 

Zo zie je maar: het is niet voor iedereen weggelegd. Maar zolang er nog teamgenoten zijn met te veel zelfvertrouwen en glimmende schoenen, blijft de vrije trap het leukste onderdeel van het voetbal. Spannend voor de toeschouwers, vooral als je glimmende bolide op de parkeerplaats staat en de bal met een ‘bonk‘ op een auto komt.

Voetbalshop.nl