Column

Column: de dans van de standbeelden

In de moderne voetballerij is de keeper niet langer een man die ballen tegenhoudt; hij is een “meevoetballende spelverdeler”. Tegenwoordig begint elke aanval met een keeper die de bal tergend langzaam breed legt op een zwetende verdediger, die vervolgens paniekerig terugspeelt, waarna de bal met een noodgang in de kruising van het eigen doel verdwijnt. Waarom? Omdat niemand beweegt. Of nou ja, niet op de juiste manier.

Mijn oude doelman, een man die roze handschoenen droeg uit zuinigheid, begreep de essentie. Zijn tactiek was simpel: bal vangen, even tegen de borst koesteren als een verloren geliefde, en dan de situatie scannen. Dat hij daarna de bal twee keer liet stuiteren, was het internationale signaal voor: “Heren, ik heb plannen, maar ik heb medewerking nodig.” 

Toen hij een keer voor de tweede keer opkeek en zag dat iedereen nog precies op dezelfde grasspriet stond als drie minuten daarvoor, galmde zijn stem over het veld: “Bewegen… verdomme!”

Wat er toen gebeurde, had de geschiedenisboeken in gekund als de eerste collectieve flashmob in de zondagreserve vijfde klasse. Onze ploeg en zelf de tegenstander begonnen te bewegen. Maar niet richting van de vrije ruimte. Spelers begonnen fanatiek met hun heupen te draaien alsof zij een onzichtbare hoelahoep bedienden. Terwijl anderen met armen zwaaiden alsof er een vliegtuig binnen moest komen. We bewogen allemaal, maar onze noppen bleven verankerd in de klei. Het was een soort horizontale yoga-sessie onder hoogspanning. Onze keeper keek naar deze menselijke windmolens, zag de totale zinloosheid van het bestaan in hun draaiende heupen, en nam de enige logische beslissing. Met een oerknal van frustratie ramde hij de bal niet naar een medespeler, maar met een perfecte curve rechtstreeks de sloot in.

Hiermee wil ik zeggen dat bewegen zonder bal een kunst is. Het probleem is dat de gemiddelde voetballer “beweging” interpreteert als fysieke activiteit in het algemeen. Maar voetbal is geen aerobics. Als je de bal wilt hebben, moet je niet laten zien hoe soepel je gewrichten zijn; je moet ergens heen gaan waar de tegenstander niet is. Aanspeelbaar zijn, naar de bal toekomen, je niet verstoppen, voetbalinzicht krijgen.

Zolang we dat niet begrijpen, blijven we een stelletje draaiende standbeelden. En de keeper…. hij kan natuurlijk aanwijzingen geven, maar bouw alsjeblieft niet van achter op als de spits vrij loopt

Voetbalshop.nl