Column: de psychologie van de achterban

Kijk, ik hou van amateurvoetbal. Het begint altijd met een hoop lawaai, grote beloftes en een trainer die op de schouders de kantine wordt binnengedragen alsof hij zojuist het wiel heeft uitgevonden. De periodetitel is binnen, de tap loopt over en iedereen is elkaars beste vriend. Het zijn de wittebroodsweken-weken binnen de club.
Maar de werkelijkheid is een koppig ding en komt soms als een mokerslag. Die laat zich niet regisseren door een paar mooie praatjes in de bestuurskamer.
Nu de competitie over de helft is, zie je de wetmatigheden van het voetbal toeslaan. Het begint met de opgespaarde gele kaarten. Dat is geen toeval, dat is statistiek. Als het team alleen maar kan winnen op adrenaline en blind opportunisme, dan loop je tegen de grenzen van het reglement aan. Ineens zit de belangrijkste verdediger op de tribune omdat hij zijn zelfbeheersing verloor bij een arbitrale dwaling. En dan blijkt de bank niet gevuld met toptalent, maar met jongens die vooral heel goed zijn in het bezetten van een barkruk.
En dan die blessures. In de wetenschap noemen we dat ‘slijtage’. In de sport noemen we het pech. Maar is het pech als de topscorer met een hamstringblessure afhaakt terwijl hij al drie weken mank loopt? Of is dit het negeren van de feiten? Men wilde zó graag geloven in het succes, dat de medische realiteit even niet uitkwam.
Wat echter het meest fascinerend is, is de psychologie van de achterban. Het grote publiek. Diezelfde mensen die vorige maand nog een standbeeld voor de trainer wilden metselen, staan nu met hun armen over elkaar bij de penningmeester te klagen dat de tactiek “niet deugt”. De trainer, die eerst nog een visionair was, wordt plotseling neergezet als een man die nog geen elastiekje om een pak hagelslag krijgt, laat staan een elftal in het gareel.
Het is de klassieke dynamiek: als het schip gaat lekken, kijkt de bemanning niet naar het gat in de romp, maar naar de kapitein. Is hij wel de juiste man? Had hij niet meer moeten trainen op de omschakeling? Of, godbetert, had hij de spits niet moeten wisselen voor dat jonge talent?
De waarheid is vaak simpeler, maar ook harder. Succes is een broos bouwwerk van discipline en een beetje geluk. Zodra de discipline verslapt en de gele kaarten zich opstapelen, stort het in. Dat zijn nu eenmaal de wetten van het voetbal. Dus rest er in de kantine nog maar één ding: de diepe analyse aan de stamtafel, overgoten met een sausje van het achteraf-gelijk. Misschien dat de nacompetitie nog iets oplevert.
Want aan de bar is iedereen een kampioen, behalve de elf man op het veld. Die moeten er voor strijden.
- Column: polonaise of gepakte tassen

- Column: de psychologie van de achterban

- Column: kantine, de heilige tempel van voetbal

Naar alle columns van Gerard Mak
Schrijf je hier in voor de Voetbal Varia Nieuwsbrief
* KNVB publicaties
* Updates overzicht vacatures
* Updates overzicht toernooien
* Kortingen in de Voetbal Varia Webshop
Foto SportsGen / Zaanstad Cup
